
Voor bescherming tegen bacteriën en virussen (o.a. H1N1, influenza, vogelgriep, varkensgriep, SARS, etc.) dient volgens de Nederlandse overheid (Wet Infectie Preventie) minimaal een FFP-2 mondmasker gedragen te worden. BioMask mondmaskers bieden nog meer zekerheid en bescherming tegen bacteriën en virussen dan de FFP-2 en FFP-3 mondmaskers.

Bij gebruik door mensen die besmet zijn is een mondmasker zonder ventiel aan te raden. De ziektekiemen kunnen, bij uitademing, vrijwel ongehinderd door het ventiel. Als gezonde personen het masker gebruiken om niet geïnfecteerd te raken, dan is een mondmasker met ventiel comfortabeler.

De norm EN149:2001 is de Europese norm voor filtrerende maskers en bevat 3 belangrijke typegoedkeuringen:
FFP-1, FFP-2 en FFP-3.
FF staat voor filtering facepiece en de P staat voor partikel/deeltje, het getal 1, 2 of 3 geeft het onderscheidend vermogen aan. Alle drie de types zijn goedgekeurd en in de goedkeuring is ook de randlekkage gedefinieerd. De maximale toegestane randlekkage (dus het lekken langs de randen van het masker) is binnen de EN149:2001 norm bij alle typen 2%.
Behalve de randlekkage heb je ook te maken met de filterlekkage van het filtermedium, (de filterende werking van het maskermateriaal). Dit is bij de FFP-1 maximale filterlekkage 20%, de FFP-2: 6% en de FFP-3: verwaarloosbaar klein (max. 1%). De totale inwaartse lekkage (TIL), (de randlekkage en het filtermediumlekkage) is bij de FFP-1: 22%, bij de FFP-2: 8% en de FFP-3: 2%.
|